
ATEX en explosieveiligheid
Groenendijk gasmeettechniek.nl beschikt niet alleen over kennis en vaardigheid op het gebied van gasmeten. Gasmetingen worden vaak onderscheiden in drie hoofdcategorieën: explosierisico’s, zuurstofmetingen en metingen aan mogelijk giftige (toxische) atmosferen; de zogenaamde Ex-, Ox- en Tox-metingen. De eerste categorie, Ex-metingen, worden uitgevoerd in omgevingen waar brandbare gassen voor een explosieve atmosfeer kunnen zorgen. Daarmee raakt het aan een ander expertisegebied van Groenendijk gasmeettechniek: ATEX.
ATmosphères EXplosibles
Een brandbaar gas, een damp of een fijn verdeeld brandbaar poeder kan zich zodanig met lucht vermengen dat er een explosief mengsel ontstaat. Een vonk is dan genoeg om te zorgen voor een explosie. ATEX, een afkorting van het Franse ATmosphères EXplosibles, is gebaseerd op een tweetal Europese richtlijnen die gaan over explosieveiligheid van processen en het veilig inrichten van een (werk)omgeving (de ATEX 153) en explosieveilige apparatuur (ATEX 114). Die richtlijnen zijn opgenomen in de Nederlandse Warenwet en het Arbobesluit, en dus verplicht.
Explosiegevaar
Explosierisico’s kunnen zich voordoen op elke locatie waar een explosieve atmosfeer – een mengsel van brandbare stoffen en lucht – kan ontstaan en waar tevens een ontstekingsbron aanwezig is. Explosies zijn bijna altijd ongewenst, dus ze moeten worden voorkomen. Explosies zorgen voor letsel en schade en elke werkgever wordt geacht de zaak veilig te organiseren, voor het eigen personeel en voor de omgeving.
Industrie en productie
Explosiegevaar kan optreden in de petrochemische en chemische industrie, op plaatsen waar brandbare gassen en dampen voorkomen, maar ook in bijvoorbeeld de voedingsmiddelen-, farmaceutische en houtverwerkende industrie, waar stof- of nevelexplosies een risico kunnen vormen. Ook cacao, suiker en bijvoorbeeld meel zijn bronnen van stofexplosies. Stof gedraagt zich anders dan gas, maar het gevolg van een explosie kan net zo vernietigend zijn. Het meten van concentraties is bij gassen en dampen eenvoudiger dan bij stof. De stofconcentratie in een productieruimte kan plotseling veranderen, bijvoorbeeld bij een vallend object, een snel bewegend voertuig of zelfs een windvlaag. In combinatie met een ontstekingsbron kan brandbaar stof tot een ontploffing leiden. En – heel vervelend – kan die ene explosie stof doen opwervelen die dan de volgende explosie veroorzaakt.
Energie en landbouw
In energiecentrales en biogasinstallaties kunnen gassen vrijkomen die met lucht een explosieve mix vormen. Ook in de landbouw, bijvoorbeeld bij de verwerking en opslag van droge producten, kunnen explosiegevaarlijke omstandigheden ontstaan.
Afval, transport en bouw
Explosierisico’s komen ook voor op vuilstortplaatsen, in afvalverwerkingsbedrijven, in matig geventileerde tunnels, garages, putten of kelders en bij de opslag en het transport van brandbare stoffen.
Zones
Op risicolocaties worden ruimten en gebieden veelal ingedeeld in ATEX-zones, wat helpt om de risico’s gericht te beheersen en de juiste maatregelen te treffen. Voor gasexplosiegevaar én voor stofexplosiegevaar is wettelijk geregeld hoe het risiconiveau moet worden vastgesteld en hoe de gevarenzones moeten worden genummerd en gemarkeerd. Aan de hand daarvan moeten passende maatregelen zijn genomen.
Weet waar de risico’s zitten
Overal waar explosierisico’s kunnen ontstaan zal het risico beoordeeld moeten zijn. Bij bedrijven moet het om te beginnen – net als alle andere risico’s – in de risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) worden beschreven. Waar het kan bestaan moet het deskundig worden beoordeeld. Explosierisico’s zijn niet ‘voorbehouden’ aan de petrochemische industrie; ook bij bijvoorbeeld opslag van gasflessen, koelinstallaties gevuld met ammoniak of propaan, LPG-tankstations, biovergisters en op vele andere plaatsen zal de blik van de deskundige veel onheil kunnen voorkomen. Een simpele ontbrekende aardverbinding of verkeerd schoeisel kán een keer fataal zijn.

Waar te beginnen?
Bedrijven moeten adequate maatregelen nemen om de veiligheid te borgen voor hun eigen personeel en voor de omgeving. Waar explosiegevaar kan bestaan zijn maatregelen verplicht, nog afgezien van een eventuele vergunningplicht voor een bedrijfsactiviteit bij de gemeente of provincie. In veel gevallen zal een zogenaamd explosieveiligheidsdocument (EVD) gemaakt moeten zijn. Groenendijk gasmeettechniek helpt bedrijven graag op weg. Niet door alle papierwerk over te nemen, maar wel door de noodzakelijke kennis over ATEX te delen. Op élk niveau waar dat nodig is.
Trainingen ATEX
Groenendijk gasmeettechniek maakt ingewikkelde materie toegankelijk op de werkvloer. De proces-operator, de schoonmaker, de BHV’er en ook de kantoormedewerker die maar af en toe op werkvloer komt, moet weten waar risico’s schuilen en wat hun rol daarin kan zijn. Werknemers moeten in die eigen rol, met hún taken en specifieke verantwoordelijkheden weten wat ze wél en wat ze juist niet moeten doen. Een risicogerichte opleiding is wettelijk verplicht en eigenlijk ook volkomen logisch. Trial and error (kijken waar het fout gaat) is een heel slecht idee bij explosiegevaar. Ook de operationele leidinggevenden, de preventiemedewerker, de VGM-coördinator en ‘de baas zelf’ moeten weten wat ATEX is en wat er geregeld moet zijn. Want zij moeten een oogje in het zeil houden en nog nét iets beter weten waarom er regels gelden en waarom iedereen zich eraan houdt.
Basistraining
Afhankelijk van het instapniveau en de werkzaamheden moeten werknemers heldere, taakgerichte instructie en opleiding krijgen. Ze moeten minstens over voldoende kennis beschikken om risico’s te kunnen voorkomen. Waar, wanneer en waardoor treden explosierisico’s op, wát is er nodig om ontsteking te voorkomen en hoe blijft schade beperkt als er tóch iets zou ontploffen. Dat zijn de drie basisvragen in volgorde van hun belang. Waarom dat zo is legt Groenendijk graag uit.
Noodzakelijk/vereist/verplicht
Onze trainingen zijn praktijkgericht en nagenoeg altijd maatwerk, want bedrijven zijn niet uniform, stoffen en producten stellen verschillende eisen en processen zijn overal op een ‘bedrijfseigen’ manier ingericht. Onze docenten beschikken over de juiste kennis en zijn zodanig gecertificeerd dat de trainingen ook ‘op papier’ aan de eisen voldoen. Werknemers zijn na het volbrengen van een Groenendijk-training ‘aantoonbaar opgeleid’, iets dat wij zeer serieus nemen. Papier is niet zaligmakend, ook niet als de Arbeidsinspectie, de Inspectie Leefomgeving en Transport of de veiligheidsregio een bedrijf inspecteert: een gerichte, eenvoudige vraag over een veiligheidsprocedure, een beschermingsmiddel of een bepaald voorschrift mag namelijk niet leiden tot een ‘dat-weet-ik-niet’. Iets niet weten mag best, als dat maar geen extra risico tijdens de uit te voeren werkzaamheden betekent. Het is de formele plicht van de werkgever om te zorgen voor veilige omstandigheden, ook waar explosiegevaar kan ontstaan.
Soorten trainingen en persoonscertificaten
Wie denkt dat een persoonscertificaat of pasje verplicht is, heeft ongelijk. In Nederland moet een ontploffingsgevaarlijke installatie door een deskundige zijn geverifieerd (en een EVD of explosieveiligheidsdocument worden opgesteld) en personen die in of nabij een explosiegevaarlijke omgeving werken moeten voldoende en passend zijn geïnstrueerd en opgeleid.
Standaard én maatwerk
Groenendijk gasmeettechniek hanteert voor haar ATEX-trainingen graag het opleidingsschema van de internationale norm NEN EN IEC 60079 als basisraamwerk voor de inhoud en de toetsing van de leerstof. Daarmee zijn modules vergelijkbaar met de ‘industriestandaard’ en sluiten ze goed aan op eventueel reeds gevolgde trainingen. Uiteraard wordt de inhoud met de opdrachtgever afgestemd en (graag!) aangepast aan of uitgebreid met specifieke bedrijfsprocessen en risico’s.
Een greep uit de ATEX-modules van Groenendijk

Basistraining ATEX
(ATEX 001)
Contact
Contactgegevens
Adres
Kalmoes 5
2954NB Alblasserdam
Telefoonnummer
0031 6 12309634
Algemeen
a.groenendijk@gasmeettechniek.nl
www.gasmeettechniek.nl